Bezuiniging op fraudeonderzoeken schendt vertrouwen (part II)
Prima dat dit onderwerp aandacht krijgt, want vertrouwen en reputatie komen te voet en gaan te paard. Alle reden om zorgvuldig met de belangen van de eigen organisatie om te gaan, indien sprake is van financieel economische criminaliteit.
Onbekendheid
In de praktijk blijkt dat bij financiële instellingen, multinationals en andere grotere en kleinere marktpartijen de kennis en wetgeving voor de diverse vormen van financieel economische criminaliteit sterk kan verschillen. Vraag een gemiddelde collega of hij kan beschrijven wat corruptie, witwassen of fraude is en waar het strafbaar is gesteld. De kans is aanwezig dat menigeen het antwoord schuldig moet blijven. Dat is ook niet vreemd, want een controller heeft dagelijks meer te maken met IFRS, Basel II en financiële maandrapportages dan met fraude en witwassen. Uit het oogpunt van risicomanagement is het echter van belang dat de controller ook zijn verantwoordelijkheid neemt in het signaleren en beheersen van risico’s op het terrein van financieel economische criminaliteit. Hier blijkt in de praktijk de schoen te wringen, want menigeen heeft moeite met de praktische vertaling van de risico’s op het terrein van financieel economische criminaliteit naar de eigen business. De controller vindt het lastig, maar ook de compliance officer, de risk manager, de lijnmanager en de leden van de Raad van Bestuur. Dat is geen schande, maar wel een vervelende constatering. In de huidige tijd waar corporate governance en risicomanagement hoog op de agenda staan, is dat eigenlijk niet meer te verkopen.
Terugwinnen vertrouwen
Recentelijk heb ik eens teruggeblikt op de zaken waar ik de afgelopen vijfentwintig jaar actief of indirect bij betrokken ben geweest. Ik realiseerde mij de navolgende opvallende zaken:
1. Zachte heelmeesters. Van alle bestuurders die verantwoordelijk waren voor het aanpakken van geconstateerde vormen van financieel economische criminaliteit zijn alleen de voortvarende, doortastende bestuurders momenteel of tot voor kort nog op vooraanstaande posities in het bedrijfsleven actief. Alle bestuurders die als zachte heelmeesters geen onderzoek wilden en niet doortastend optraden tegen de mogelijke daders, zijn allen door de achterdeur vertrokken en bekleden geen noemenswaardige posities meer. Het spreekwoord van de zachte heelmeesters en de stinkende wonden gaat zeker op.
2. Eenzijdig onderzoek. Alle zaken die eenzijdig zijn opgepakt, zijn een stille dood gestorven en hebben op geen enkele wijze tot concrete resultaten geleid. Geen veroordelingen, geen schade verhaald op de daders en grote frustratie bij de slachtoffers. De meeste problemen op het terrein van financieel-economische criminaliteit zijn complex en kennen vier deelterreinen. Namelijk: financieel-administratief, juridisch, operationeel en technologisch. Een eenzijdige aanpak vanuit één van deze deelterreinen is gedoemd te mislukken.
3. Verkeerde keuzes. Helaas blijkt in de praktijk dat de keuze voor een onderzoeker of een advocaat nog te vaak wordt gemaakt op basis van de naam op de gevel en niet op grond van de deskundigheid van de individuele onderzoeker of advocaat. De afgelopen jaren hebben wij gemerkt dat de deskundigheid op het terrein van het aanpakken van financieel economische criminaliteit is verhuisd van de grote kantoren naar niche spelers op de markt. Het gaat namelijk om de vent en niet om de tent!
4. Geen preventieve maatregelen. Bij de analyse van de zaken blijkt dat veel instellingen op belangrijke momenten geen of ontoereikende preventieve maatregelen hadden getroffen. In veel gevallen hebben interne en externe betrokken partijen geen aandacht besteed aan mogelijke risico´s op het terrein van financieel economische criminaliteit. Het management en belangrijke staffunctionarissen niet, maar ook de betrokken advocaten, accountants, banken en in sommige gevallen ook toezichthouders hebben geen kanttekeningen geplaatst bij risico´s en onregelmatigheden. Exemplarisch zijn de diverse fraudes rondom beleggingsfondsen die zich de afgelopen jaren hebben voorgedaan.
5. Geen weg terug. Geconfronteerd worden met financieel economische criminaliteit is vervelend. Heel vervelend! Er is namelijk geen weg terug. Bij de instellingen die de problemen niet adequaat opgelost hebben, heeft het probleem vele jaren als een molensteen om de nek van de instelling gehangen. Daarom moet zo’n probleem snel en voortvarend voor eens en altijd opgelost worden, anders blijft het als een gezwel aanwezig en wordt het alleen maar groter. Eigenlijk is er sprake van achterstallig onderhoud aan beleid en procedures, waardoor de rekening op een later moment gepresenteerd wordt. Kijk maar naar de kostbare en langdurige onderzoeken die de Amerikaanse autoriteiten de afgelopen jaren bij onder meer ABN Amro, Akzo Nobel, Siemens en Daimler afgedwongen hebben.
6. Terugwinnen vertrouwen. Feitelijk gaat het om het terugwinnen van vertrouwen bij stakeholders. De praktijk laat zien dat als het management als zachte heelmeesters niet adequaat werk maakt van het oplossen van de onregelmatigheden dan onthouden stakeholders hun vertrouwen aan de instelling. Belangrijke medewerkers zoeken een andere baan, beleggers weigeren aandelen te kopen en afnemers zoeken andere leveranciers. Ahold is een goed voorbeeld hoe Peter Wakkie het geschonden vertrouwen adequaat heeft teruggewonnen. Diverse partijen in de vastgoedsector daarentegen zijn goede voorbeelden van instellingen die jarenlang hebben geworsteld met negatieve geluiden over mogelijke betrokkenheid bij financieel economische criminaliteit.
Financieel economische criminaliteit is een probleem van alle dag. Instellingen zullen daarom altijd geconfronteerd blijven met problemen op dit terrein. Waar het uiteindelijk om gaat is of het probleem vroegtijdig gesignaleerd en opgelost kan worden. Daar ligt een mooie taak weggelegd voor onder andere de controller
Auteur: Frank ErkensReageer hieronder op dit weblog!
Over Frank Erkens
Frank Erkens is managing director van Holland Integrity Group BV.
Controllers vacatures
Opinie: Duurzaam ondernemen
Wist u dat duurzaamheid en winstmaximalisatie niet haaks op elkaar staan, maar dat zij elkaar juist versterken? En wist u dat een slimme duuzame aanpak kan leiden tot indrukwekkende kostenbesparingen? De beurt aan de controller om een mening te geven over de stand van zaken.






