‘Ik weet wie als eerste het pensioengat mag dichten'

Gerelateerd:
Zoals je van deskundigen kunt verwachten, komen ze allemaal met andere, vaak tegenstrijdige, oplossingen. Na mij vijf minuten te hebben verdiept in de problematiek, onder het genot van een kopje koffie, had ik weliswaar niet de oplossing gevonden voor het totale probleem, maar was ik wel overtuigd van de eerste stap die genomen dient te worden.
Een gat is alleen te dichten door er veel in te storten of door de omtrek ervan te verkleinen. De laatste oplossing is er één die bij een korting op de pensioenen hoort. Ik ben aanhanger van deze methode. Het pensioenrecht moet omlaag of moet minder stijgen. Bij het aantasten van verworven rechten moet men ernaar streven om zo rechtvaardig mogelijk te werk te gaan. In het geval van pensioenen is dit door de ratio te bepalen tussen wat bepaalde groepen in over hun werkzame leven in de pensioenpot hebben gestort, en wat zij er gedurende hun post-werkperiode uit zullen halen.
Als je hier een kudde actuarissen op loslaat, dan komen er twee groepen duidelijk in het vizier. Allereerst de zeer ouden onder ons, die niet hun gehele werkzame leven hebben kunnen storten in pensioenpotten, omdat deze er nog niet waren. Ik vind dat je dit deze groep niet kwalijk kunt nemen. De tweede groep – en u ziet het wel aankomen – is de groep waarvan ik vind dat deze als eerste moet ‘bloeden’. Dat is de groep die reeds met pensioen is gegaan, of dat nog mag gaan, in goudgerande pensioenregelingen, waarin woorden als ‘eindloon, 70% of soms zelf 80%, en waardevast vermeld’ staan. Deze groep heeft vaak met VUT-regelingen het pand verlaten. Voor jongeren onder ons die nog nooit van de VUT gehoord hebben (en dat ook nooit zullen): VUT staat voor vervroegde uittreding. Dit systeem werd gefinancierd door de op dat moment doorwerkende beroepsbevolking; mensen net als jij en ik. De groep heeft bovendien vaak nog pensioenrechten gebaseerd op het eindloonstelsel (weer iets onbekends voor de jeugd onder ons), voordat er overgeschakeld werd naar het tot drastisch lagere pensioen leidende middelloonstelsel.
Maar je kunt mensen toch niet zomaar iets afnemen wat ze al hebben? Ik denk van wel. Dit gebeurde zonder probleem bij het invoeren van het middelloonstelsel en het afschaffen van de VUT-regelingen. Indien deze maatregel leidt tot een verlies van koopkracht voor de gepensioneerde is het altijd nog mogelijk om een parttime baantje te nemen om het gat te dichten. In landen die nog slechtere pensioensystemen hebben dan het onze is dit doodnormaal. In deze landen kunnen mensen met grijs haar namelijk werken. En als je het kabinet mag geloven, schreeuwen de werkgevers over enkele jaren om dit soort 50-plussers, omdat er een enorm tekort is aan werknemers.
Het alternatief is om de jeugd een enorm oor aan te naaien en op te zadelen met een probleem dat zij bijna onmogelijk op kunnen lossen. Het is een asociaal en onverantwoord alternatief. Zeker gezien het feit dat zij een tijdperk in gaan waarin waardevaste economische groei niet meer zo vanzelfsprekend is als de afgelopen decennia. Wat nu? Het is een kwestie van wachten. Wachten op het telefoontje van demissionair minister Donner. De vraag moet nog komen, maar het antwoord is er al.
Auteur: Toin Jansen
Reageer hieronder op dit weblog!
1 reactie(s)
Ik denk dat de problemen mogelijk relatief eenvoudig zijn op te lossen door aanpassing van de pensioenscenario's die worden gehanteerd ter bepaling van de contante waarde van de pensioenverplichtingen.
Er zijn diverse aspecten aan de huidige pensioenproblematiek verbonden waarover men moet bezinnen.
In het artikel staat een aspect reeds beschreven en dat is de analyse van de opgebouwde pensioenverplichtingen, waar komen de huidige pensioenrechten vandaan. Welke pensioenrechten zijn wanneer opgebouwd en in hoeverre zijn bestaande rechten voldoende geïndexeerd in de tijd en waar zijn mogelijk de dienstjaren en levensjarenbeginsel toepassing op eindloon te ruim geweest in vergelijking tot anderen die een pensioen hebben dat meer is gebaseerd op puur opbouwrecht door de jaren heen en nauwelijks veel compensatie van dienstjaren en levensjaren.
Ook moet gekeken worden naar de historische berekeningen uitgaande van een rendement van 4% ter hantering van de rekenrente ook al is de huidige feitelijke rente mogelijk lager. Immers we hebben het over pensioenverplichtingen, waarbij het feitelijk gemiddeld rendement over een lange periode bezien dient te worden.
Daar het feitelijk rendement veel hoger kan liggen dan het rekenrenterendement van 4% is er al snel een aanzienlijke verbetering mogelijk van de reservepositie van de pensioenfondsen. Immers het rendement komt vaak uit een combinatie van opbrengsten, deels rente, deels obligaties , deels aandelen, deels vastgoed etc. Natuurlijk weten we dat de beurskoersen zijn gekelderd en daarna slechts voor een klein deel hersteld. Maar er zijn genoeg redenen om te veronderstellen dat het feitelijk herstel op langere termijn hoger zal zijn dan de 4%. In dit kader wijs ik erop dat zelfs door passieve beleggers na de crash resultaten van herstel zijn geboekt van 25%. Veel pensioenfondsen die eerst in de gevarenzone verkeerden zijn thans al in een meer positieve situatie. Sommigen zijn al geheel uit de gevarenzone anderen nog niet, maar op de korte termijn is er geen enkele reden om aan te nemen dat zij hier niet uit komen. Het is derhalve puur theoretische onderbouwing van totale verwachte toekomstige pensioenverplichtingen contant gemaakt naar dit moment uitgaande van de historisch lage feitelijke rente op dit moment.
Daarnaast denk ik dat veel mensen met een klein pensioen eigenlijk al sterk gedupeerd zijn door de enorme inflatie van de gulden naar de euro zonder dat daar een behoorlijke compensatie tegenover heeft gestaan. In dit kader wil ik ervoor pleiten om zoveel mogelijk de mensen met een klein pensioen te ontzien, waarbij ik een klein pensioen zie als een pensioen van minder dan 1500 Euro bruto per maand.
Daarnaast is het mogelijk een idee om het AOW-pensioen te ontkoppelen van de nettoloon ontwikkeling en de franchiseberekening te herzien. Het oude idee was dat de AOW netto voor gehuwden minimaal gelijk zou zijn aan het netto minimumloon en dat de franchise dan 10/7 zou bedragen van de AOW voor gehuwden. Door allerlei bruteringsoperaties en door individualisering van de AOW is dit hele principe zwaar achterhaald.
De basis AOW is thans feitelijk veelal te laag. Verhoging van de AOW maakt het mogelijk om de franchise te verhogen en daarmee de afgeleide gemiddelde aanvullende pensioenaanspraken te beperken. De toekomstige verplichtingen van de pensioenfondsen zouden daarmee afnemen, wat een positief effect heeft op de verplichtingen op lange termijn waar nu mee wordt gecalculeerd.
Voorts is een deel van de huidige pensioenproblematiek gebaseerd op de langere levensverwachting. Aanvankelijk waren de verplichtingen gebaseerd op eerder overlijden en was er theoretisch bezien minder geld nodig. Door de verbeteringen in de geneeskunde en hoge levensstandaard zijn thans de kansen op overleving voor grote groepen hoger dan voorheen in de jaren 80 bijvoorbeeld. Actuarieel gezien is dan een hogere reserve nodig om de bestaande verplichtingen onaangepast en geIndexeerd langer uit te keren.
Het is alleszins redelijk om te veronderstellen dat men vooral wanneer men jong is 65-75 men actiever in het leven staat dan wanneer men 85-105 is. In dit kader zou je ook kunnen redeneren dat het mogelijk redelijk zal zijn om de pensioenen na het 75e levensjaar langzaam af te bouwen naar 75% op 85 jarige leeftijd en 50% op 105 jarige leeftijd. Daar de exercitie puur theoretisch is en dat er ook mogelijkheden zijn om mogelijk in de toekomst een en ander nog positief te herstellen hoeft in de praktijk het probleem voor de mensen niet zo groot te zijn. Immers voor iedereen geldt de huidige situatie van 100% als uitgangspunt. In de theoretische berekeningen wordt pas over 10 jaar de verlaging ingezet naar een 25% lager pensioen over een periode van 10 jaar. etc. Doordat ik verwacht dat de economie zich voldoende zal herstellen zal in de praktijk de pijn nauwelijks merkbaar zijn en kunnen de pensioenfondsen zonder draconische maatregelen normaal aan hun verpichtingen voldoen.
Het is een kwestie van een beetje kennis van actuariële zaken hebben en wat kennis van de achtergrond van de huidige zogenaamde theoretische financieringsproblemem om te zien in welke richting oplossingen kunnen tenderen. Echte actuarissen zouden zich naar mijn mening hierover moeten buigen en eenvoudig kunnen aantonen dat mijn ideeën relatief eenvoudig zijn te realiseren. Het verbaast mij dat ik ook uit echt die deskundige hoek hier nog zo weinig hierover heb gehoord. We worden massaal angst aangepraat door de overheid en de media en anderen om ons te laten geloven dat er geen andere oplossingen zijn dan mogelijk directe verlaging van alle pensioenaanspraken. Maar de echte experts zijn zelden in de media terug te vinden. Ik denk dat gerichte aanpassingen mogelijk de echhte oplossing kunnen vormen .
Ik pleit in dit kader voor meer zorgvuldigheid om dat ik in mijn praktijk als controller en ook o.a. ook als pensioenadviseur en actuarieel medewerker al veel onregelmatigheden en onzorgvuldigheden ben tegengekomen waarbij de gewone man die jaren hard heeft gewerkt voor zijn pensioen in het gulden tijdperk zijn carriëre heeft gemaakt nu in het Euro tijdperk bijna niets over heeft door de huidige berekeningssystematiek op pensioengebied. Immers vroeger was het opbouwrecht gebaseerd op 1,75% , nu vaak op 2% bovendien waren de oude franchises hoger en daarmee de pensioengrondslagen lager. Tel daar bij op de koopkrachtwaarde van een Euro in vergelijking met de koopkracht van de gulden in oude jaren, dan zal snel duidelijk worden dat veel ouderen met hun pensioen enorm hebben ingeleverd qua koopkracht. Het kan niet de bedoeling zijn om voor het gemak met de botte bijl alle pensioenen te korten omdat het rekenkundig zo beter uitkomt.
Nadat de AOW is losgekoppeld van de nettoloonontwikkeling staat niets meer in de weg om de AOW-pensioenen bruto verder te verhogen en te belasten waardoor ook dat probleem eenvoudig kan worden aangepast.
Walter Jongenelis QC.
Applicontrol Controllerservice
Reageren
Over Toin Jansen
Toin Jansen is ex-controller bij Tennant en een vaste auteur van Controllers Magazine, onder meer van de artikelenreeks 'Ik las het in HBR'.
Controllers vacatures
Opinie: Duurzaam ondernemen
Wist u dat duurzaamheid en winstmaximalisatie niet haaks op elkaar staan, maar dat zij elkaar juist versterken? En wist u dat een slimme duuzame aanpak kan leiden tot indrukwekkende kostenbesparingen? De beurt aan de controller om een mening te geven over de stand van zaken.





