reacties 0 reactie(s) | Tekstgrootte: tekst kleiner tekst groter
15 sep 2010 - Recent ben ik benoemd als extern deskundige in het bestuur van PME, een van de grootste pensioenfondsen in Nederland. Zodoende hebben pensioenfondsen mijn speciale aandacht gekregen.

De kranten staan bol van de pensioenproblematiek. Het gaat momenteel over twee zaken, namelijk de ontwikkeling van de lange termijn kapitaalmarktrente en de stijging van de levensverwachting. De kapitaalmarktrente staat momenteel bijzonder laag: de tienjaarsrente op circa 2,6%. Sinds de zomer is deze rente met name in Duitsland en Nederland gedaald. Dit komt mede door de problemen met Griekenland, omdat de kapitaalmarkt onvoldoende vertrouwen heeft in een goede afloop. Beleggers kiezen dus onevenredig veel voor Nederlandse en Duitse staatsobligaties wat de waarde daarvan opdrijft. Daarnaast is het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) om de korte rente laag te houden om de economische groei te stimuleren.

Discussie
Dit economisch beleid heeft ook zijn negatieve kanten. Zo worden wij nu met een pensioencrisis geconfronteerd. Nu is er discussie ontstaan waarom we juist de marktrente als basis zouden nemen. Het gaat in concreto om de zogenaamde interbancaire swaprente. De swaprente is het tarief waartegen op de geld- en kapitaalmarkten leningen met verschillende looptijden kunnen worden geruild. Dit is vastgelegd in het Financieel Toetsingskader (FTK). In wezen wordt er gebruik gemaakt van een ´fair value´ -benadering. Theoretisch is dit uitgangspunt niet altijd even hanteerbaar. Immers de marktrente, zoals nu gehanteerd, geeft niet altijd het meest bruikbare risicovrije rendement, dat vereist is voor de berekeningen, weer. Misschien is het soms beter uit te gaan van een andere benchmark, zoals de rente op staatsobligaties of die op bedrijfsobligaties.

De pensioenfondsen garanderen toekomstige pensioenverplichtingen op grond van gekozen boekhoudkundige regels tegen de swaprente en moeten die contant maken, vandaar dat er rekening met een rente als disconteringsfactor wordt gehouden. Hier doet zich het probleem voor als pensioenfondsen geen garantie meer kunnen verstrekken. Dan moet het risico worden geïncorporeerd in de gekozen rekenrente. Als de afgegeven garantie niet meer kan gelden, dan moeten andere afspraken worden gemaakt, waaronder dus het eventueel korten. Afstempeling behelst dus een korting op het - eventueel toekomstig - pensioen voor deelnemers en gepensioneerden. Dit om aan de verplichting, die lager kan uitvallen, te voldoen. Ook het niet indexeren - wat lang kan doorwerken - is in wezen evenzo een vorm van afstempelen.

Langere levensverwachting
Een ander punt is dat door de lage rente de beleggingsrendementen op obligaties erg hoog zijn. De gevolgen van de debetzijde van de balans - waardestijging van obligaties door rentedaling en creditzijde boekhoudkundige verliezen - moeten in de hele discussie goed worden meegenomen. Anders begrijpt de doelgroep onvoldoende het verschil tussen solvabiliteit en liquiditeit.
Daarnaast is er het probleem van het incorporeren van de nieuwe sterftetafels. We worden ouder en dat kost meer pensioen waar nog niet voor is gespaard. De vraag is of met dit fenomeen niet eerder rekening kon worden gehouden. Nu zijn er twee gescheiden problemen die ongelukkiger wijze samen gaan vallen.

Dekkingsgraad
De kwestie waar het nu om gaat is in welke mate rekening moet worden gehouden met het feit dat sommige fondsen een te lage dekkingsgraad hebben om aan hun toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen. Als er concessies worden gedaan om maar niet te korten op de pensioenen als een fonds onder water staat, dan worden andere groepen daarmee benadeeld, bijvoorbeeld de solidariteit tussen generaties, waaronder jongeren. Aan de andere kant is het zo dat de gepensioneerden die een klein pensioentje hebben en daar op worden gekort er in hun besteedbaar inkomen op achteruit gaan. Dit nog afgezet tegen de verwachte koopkrachtdaling, omdat allerhande diensten duurder worden. De kans bestaat dat de afstempeling tot grote maatschappelijke onzekerheid leidt. De kern van de vraag is in welke mate er prudent moet worden gekozen tussen het handhaven van een theoretisch economisch uitgangspunt van het gebruik van de swaprente als disconteringsvoet enerzijds of het nijpend probleem van het komen tot afstempeling anderzijds.

Oplossingen
Wat zou nu een oplossing kunnen zijn? De Nederlandsche Bank (DNB) stelt in het algemeen dat fondsen die onder de vereiste dekkingsgraad zitten en niet op korte termijn aan het vereiste herstelplan kunnen voldoen, moeten overgaan tot het korten van de pensioentoezeggingen, dus het afstempelen. Fondsen mogen uiteraard zelf plannen bij DNB indienen. DNB beoordeelt de haalbaarheid van deze plannen.
Wanneer er vanuit wordt gegaan dat er geen tegemoetkoming komt om het uitgangspunt van de gekozen risicovrije rente te verlaten, of daar een andere benchmark voor te kiezen, dan zou DNB mijn inziens kunnen overwegen om in individuele gevallen typische maatwerkoplossingen te adviseren. Dit in plaats van een ‘one size fits all’-benadering toe te passen. Dit heeft als voordeel dat het gekozen uitgangspunt zichtbaar overeind blijft en dat er dus geen nieuwe theoretische discussie of gezichtsverlies ontstaat. En dat, zoals gebruikelijk in Nederland, binnenskamers in overleg tussen partijen oplossingen worden aangedragen.

Auteur: Dirk Swagerman

Reageer hieronder op dit weblog!
Print Doorsturen

0 reactie(s)


Reageren

Uw reactie *

HTML is uitgeschakeld

Uw naam *
Uw e-mailadres *
uw e-mailadres zal verborgen blijven
Toon mijn e-mailadres
E-mail mij als er na mij gereageerd wordt. Nee
Eerste reactie na mij
Alle reacties na mij
Veiligheidscode *

Neem alleen de eerste 4 zwarte cijfers over
* = verplicht veld

Over Dirk Swagerman

Controllers vacatures

Opinie: Duurzaam ondernemen

Wist u dat duurzaamheid en winstmaximalisatie niet haaks op elkaar staan, maar dat zij elkaar juist versterken? En wist u dat een slimme duuzame aanpak kan leiden tot indrukwekkende kostenbesparingen? De beurt aan de controller om een mening te geven over de stand van zaken.

Poll