AOW-plannen, kans voor besparing op pensioenkosten?

Gerelateerd:
Het kabinet wil ook dat bedrijven maatregelen nemen die het voor ouderen aantrekkelijk maken om te blijven werken en hun pensioen uit te stellen. Dat gaat geld kosten.
Verhoging AOW-leeftijd
Voor veel deskundigen kwam het kabinetsplan om de AOW-leeftijd te verhogen niet onverwacht. Nederland vergrijst. We leven langer door verbetering van de gezondheidszorg en welvaart. Tegelijkertijd hebben we te maken met ontgroening. Er worden steeds minder kinderen geboren. Hierdoor krimpt de beroepsbevolking. Dat is een probleem. Mensen die langer leven krijgen langer een AOW-uitkering, terwijl er door de krimpende beroepsbevolking steeds minder premiebetalers zijn. Tegenover één AOW-gerechtigde stonden in 1957 zes premiebetalers. In 2035 zal de verhouding één AOW-er op twee premiebetalers zijn. Daarom wil het kabinet de leeftijd waarop we AOW krijgen verhogen en zorgen dat mensen langer blijven werken en dus ook langer premie betalen.
De AOW-leeftijd gaat in twee stappen omhoog. Voor de babyboomers, die 65 jaar worden tussen 2010 en 2020, verandert er niets. De eerste verhoging vindt plaats in 2020. Dan gaat de AOW-leeftijd naar 66 jaar. Dit geldt voor de mensen die zijn geboren tussen 1955 en 1960. De tweede stap volgt in 2025. Voor mensen die zijn geboren in 1960 of later wordt de AOW-leeftijd 67 jaar.
Gevolgen voor aanvullende pensioenen
Het kabinet beperkt ook de fiscale ruimte voor opbouw van aanvullende pensioenen. De pensioen-richtleeftijd in de belasting gaat al in 2020 naar 67 jaar. Nu kunt u in 35 jaren een pensioen opbouwen van 70% van het loon, straks wordt dat 37 jaren. Hierdoor gaat het opbouwpercentage bij een eindloonregeling omlaag van 2,0% naar 1,9% per jaar en bij middelloonregelingen van 2,25% naar 2,15%. De komende maanden moeten vakbonden en werkgeversorganisaties overleggen over de gevolgen hiervan voor de aanvullende pensioenregelingen. Dit worden geen gemakkelijke onderhandelingen. Door de lagere opbouwpercentages dalen de kosten van pensioenregelingen.
De werkgeversorganisaties zien hierin een kans om de pensioenlasten structureel te verlagen.
De vakbeweging wil de vrijkomende ruimte gebruiken om mensen toch eerder met pensioen te kunnen laten gaan dan met 67 jaar. Dat zou de besparingen ongedaan maken.
Zware beroepen
Werknemers die dertig jaar een zwaar beroep uitoefenen, moeten van hun werkgever een aanbod krijgen voor minder belastend werk. Is dat er niet dan hebben ze recht op begeleiding naar werk bij een ander bedrijf. Als de werkgever dit niet doet, moet hij zorgen dat de werknemer toch op zijn 65ste kan stoppen. Daarvoor moet hij 140 procent van het jaarsalaris storten op een geblokkeerde spaarrekening. De werknemer kan dit geld dan vanaf zijn 65ste opnemen en heeft tot zijn 67ste nog 70% van zijn loon. De strijd over de vraag wat zware beroepen zijn is in alle hevigheid losgebarsten. De FNV vindt dat iedereen die per jaar minder verdient dan € 35.000 een zwaar beroep heeft en op zijn 65ste met pensioen moet kunnen. Een soort VUT-regeling voor lagere inkomens. Dat voorstel is van tafel geveegd door het kabinet. Wat ervoor in de plaats komt is nog onduidelijk.
Flexibele AOW-leeftijd
Voor mensen die jong zijn begonnen met werken blijft het mogelijk de AOW al op het 65ste jaar in te laten gaan. Voorwaarde is dat ze 1225 uur per jaar hebben gewerkt, in dat jaar minimaal het wettelijk minimumloon hebben verdiend en zoveel aanvullend pensioen hebben dat ze niet in de bijstand komen. Ze krijgen wel hun hele leven lang een 13% lagere AOW-uitkering, als ze stoppen op hun 65ste. Het wordt mogelijk de AOW-uitkering nog later dan op het 67ste jaar te laten ingaan. Iedereen mag ervoor kiezen de AOW-uitkering maximaal 5 jaar uit te stellen. Wie dat doet krijgt voor de rest van het leven een hogere AOW-uitkering. De AOW mag ook gedeeltelijk worden uitgesteld. Dit maakt deeltijdpensioen aantrekkelijk.
Langer doorwerken
Het kabinet zet in op langer doorwerken. In de Arbowet wordt geregeld dat de werkgever de gezondheid van werknemers goed moet volgen, moet zorgen voor goede arbeidsomstandigheden, een leeftijdsbewust personeelsbeleid en voor tijdige om- en bijscholing. Over het prijskaartje dat hieraan hangt rept het kabinet nog met geen woord.
Uitdaging voor controllers en financieel managers
Voor controllers en financieel managers worden de AOW-plannen een enorme uitdaging. U moet actief meepraten over de aanpassing van de pensioenregeling, de invoering van het leeftijdsbewust personeelsbeleid en maatregelen voor zware beroepen en langdurige dienstverbanden. Juist in deze zware tijden is het immers zaak om goed op de centjes te letten.
Hasko van Dalen, Directeur Beleidsontwikkeling Pensioenen bij Nationale-Nederlanden
Controllers vacatures
Top 5 meest gelezen
Thema: Arbeidsmarkt
Ondanks toenemende concurrentie op de arbeidsmarkt voor hoog opgeleide financials zijn de omstandigheden nog steeds gunstig. Wat zijn de trends en ontwikkelingen op de financiële arbeidsmarkt? U leest er meer over in dit thema





