To be or not to be
Blinde paniek
Een Amerikaanse verzekeraar (AIG) kwam in week daarna in de problemen en de vonk van het wantrouwen sloeg over naar de rest van de wereld. Er ontstond paniek, blinde paniek en we werden voor het eerst geconfronteerd met een ogenschijnlijk nieuw risico: insolvabiliteit van financiële instellingen. In theorie een risico, in de praktijk (behoudens kleine deconfitures) een risico waar niet erg op werd geanticipeerd. Weliswaar is altijd wel beweerd dat het spreiden van middelen op zich verstandig treasury beleid is, maar niemand had kunnen vermoeden dat dit binnen een tijdsbeslag van twee weken zo actueel zou worden, zeker niet in Nederland.
Lange rijen
Met de 49% deelname van Nederland, België en Luxemburg in Fortis leek een crisis bij ons bezworen, maar de volledige overname van Fortis Nederland en ABN AMRO door de Nederlandse staat nog geen week later doet vermoeden dat het Nederlandse financiële systeem op de rand van de afgrond heeft gebalanceerd. Zonder deze ingreep hadden zich bizarre situaties kunnen voordoen. Lange rijen bij banken om geld contant op te nemen en de nog veel gevaarlijkere elektronische transacties die banken binnen enkele dagen op de knieën hadden kunnen brengen. Ook de zo onaantastbaar geachte bolwerken als ING en de Rabobank. Triple A of niet. Het had zomaar gekund.
Geen kant en klaar recept
Ondertussen proberen overheden het vertrouwen te herstellen. De VS zet 700 miljard dollar in, Europa blaast in de bus met 1300 miljard Euro. Nederland alleen al alloceert een slordige 250 miljard Euro (inclusief de overname van ABN AMRO/Fortis en de kapitaalinjecties voor ING, Aegon en SNS/Reaal) en alle Europese landen trekken de depositogaranties op. Genoeg aanwijzigen om te veronderstellen dat de toestand kritiek is geweest. Dat dat ook zo is blijkt uit het omvallen van Landsbanki waar spaarders dachten een voordeeltje te kunnen halen. Het griezelige aan de situatie is dat het fenomeen van deze wereldwijd uitslaande brand voor iedereen nieuw is. De huidige crisis heeft meer weg van een overval. Er zijn dus geen kant en klare recepten voorhanden, zoals bij cyclische economische neergang.
Risk/reward afweging
De deconfitures in het IJslandse bankwezen tonen aan dat de relatie tussen risico en beloning echt bestaat, ook als het om zoiets simpels als een spaarrekening gaat. Als
de markt 4% plus geeft en er zijn banken die daar een vol procentpunt bovenuit gaan, dan is daar een reden voor. De hogere prijs die een bank ervoor over heeft om geld aan trekken, kan een indicatie zijn dat die bank juist het geld hard nodig heeft (in het geval van Landsbanki was dat ook zo) om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen. Daarmee belonen ze de rekeninghouders die bereid zijn dat risico te nemen. Een risk/reward afweging heet dat. Dat de meeste consumenten dat niet door hebben gehad valt ze niet kwalijk te nemen.
Presentjes
Dat overheden ook zijn gegaan voor de 1 procentpunt extra, is begrijpelijk uit het oogpunt van het streven naar een goed rendement maar ook vatbaar voor discussie omdat de overheid nu eenmaal geen winstdoelstelling heeft en ook verwacht mag worden dat zeker grote lichamen op een professionele wijze treasury management bedrijven. Daar staat tegenover dat overheden wijzen naar de DNB in zijn rol als toezichthouder en de richtlijnen die de overheden voor het beleggen van gelden hebben gehad. De waarheid ligt vermoedelijk ergens in het midden. De lessen hieruit zijn in ieder geval : resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst (het afgaan op ratings) en in het zakenleven worden er nooit presentjes gegeven (voor een voordeel verwacht men altijd wat terug). Goed risicomanagement bedrijven blijkt dus minder eenvoudig dan het lijkt en een schijnbare zekerheid kan op zich toch een risico blijken te zijn.
Teveel vertrouwen
De crisis zou draaien om gebrek aan vertrouwen, zo wordt beweerd. Het gebrek aan vertrouwen is echter het gevolg en niet de oorzaak van de crisis. Wantrouwen is ontstaan doordat een aantal financiële instellingen niet goed voor hun geld bleken te zijn. En dat is veroorzaakt door opportunisme en wellicht laakbaar gedrag van de leiding van een aantal grote financiële instellingen in de VS. Dat die daarvoor de kans kregen is op zich weer een kwestie van te veel vertrouwen. Vertrouwen vanuit de Amerikaanse overheid dat men zich wel als solide bankiers zou gedragen. Dat de markt haar verantwoordelijkheden wel aankon. Of was het diezelfde overheid die het wel goed uit kwam dat het geld binnen de VS bleef rollen en die dus even de andere kant op keek? Er waren immers genoeg ‘projecten’ die een behoorlijke aanslag op de begroting van de VS pleegden.
Hebzucht
De ultieme oorzaak ligt uiteindelijk in de hebzucht van een aantal managers, voor wie het korte termijn scoren kennelijk belangrijker was dan continuïteit en betrouwbaarheid. Het shareholder value denken, zoals Fons Trompenaars dat treffend omschrijft met: ‘creating value for people who never share’, heeft daarbij de voedingsbodem gecreëerd van waaruit dit gedrag geaccepteerd en gestimuleerd werd. Sturen op de korte termijn is niet in het belang van alle stakeholders in ondernemingen. Niet voor aandeelhouders, werknemers, klanten, leveranciers, banken en de maatschappelijke context waarbinnen een onderneming opereert.
Suboptimale beslissingen
Sturen op de volgende maand of het volgende kwartaal leidt tot suboptimale beslissingen. Er zijn legio voorbeelden in de financiële literatuur die dit aantonen. In de opzet van een werkverband in de vorm van een onderneming is het exclusieve welzijn van de aandeelhouder ook nooit de bedoeling geweest. Het gaat nog steeds om de combinatie van risicodragend kapitaal, vreemd vermogen en arbeid die samen in de revenuen van het werkverband delen en waarbij de beloning die een ieder krijgt een redelijke is. Ofwel het Rijnlandse governance model. We moeten in dat verband nog eens kijken naar het effect van het Angelsaksische governance model, waarin marktwerking en het primaat van de aandeelhouder voorop staan. Het daarmee verbonden shareholder value denken is wellicht aan een revisie toe.
Snel succes
Aandeelhoudersrelaties dienen gebaseerd te zijn op langere verbintenissen met ondernemingen. Gerichtheid op de beurskoers betekent tevens dat degenen die op de beurs gaan voor het snelle succes (de beurs als casino) een te grote indirecte invloed hebben op het gedrag van bestuurders. Dat is geen basis om een onderneming aan te sturen. Daarbij komt dat in de targetsetting van bestuurders verkeerd gedrag wordt gestimuleerd zeker als de koersontwikkeling en het waarmaken van de steeds hogere verwachtingen van analysten onderdeel van de targets is. Je moet dan wel heel sterk in je schoenen staan om weerstand te kunnen bieden aan de verlokkingen van de grote bedragen en de vele opties die in het vooruitzicht worden gesteld. Het is niet zo gek dat in die situaties onverantwoorde risico’s zijn genomen. Zou het niet zo kunnen zijn dat ondernemingen die niet hoeven te leven met de waan, emotie en hysterie van de beurs zich stabieler en beter kunnen ontwikkelen? Een vraag om te onderzoeken.
Ethisch besef afkopen
Verder lijkt het er sterk op dat met veel geld ethisch besef kan worden afgekocht en/ of dat er een groot gevoel van misplaatste onaantastbaarheid aan de top heerst, die ethisch economisch handelen blokkeert. Kennelijk zijn deze grenzen onduidelijk. Goed risicomanagement kan alleen gedijen als het met de tone at the top goed zit en dat kan alleen maar als de verhouding tussen inspanning, risico en beloning een redelijke is. De mens is de zwakste schakel in de beheersing van risico’s en de aandacht voor ethisch gedrag van managers kan daarom wel eens de nieuwe hype in de bestuurskamers worden.
Daarnaast staat een goede controleomgeving waarin de randvoorwaarden worden geschapen om control te kunnen uitoefenen aan de basis van alles. Ook hier kunnen we verbeteren.
Intern toezicht
Als daarbij het toezicht op het beleid van organisaties zwak is, zijn alle condities aanwezig om frauduleus of crimineel gedrag te voeden. Het gaat dan om toezicht binnen en buiten de onderneming. Voor toezicht binnen de onderneming is een Raad van Commissarissen nodig, met leden die verstand van zaken hebben. Vooral in Audit Comittees kan je het niet meer af zonder zware financials met gedegen audit en branche ervaring. Binnen de onderneming moet daarnaast risicomanagement een natuurlijk onderdeel van de business governance zijn. Niet alleen op papier, maar ook aantoonbaar functionerend en vastgesteld door tests. En de Audit Comittee moet bovenop het risicomanagementsysteem zitten.
Extern toezicht
Buiten de onderneming zijn het de door de wetgever in het leven geroepen toezichthoudende organen die hun taak zeer serieus moeten nemen. Daarbij mag de politiek niet tornen aan de uitgangspunten en doelstellingen van het toezicht als dat even beter uit komt. Het vermoeden bestaat dat het in de VS op dit punt niet goed is gegaan.
De rol van de accountant
Ook zal gekeken moeten worden naar de rol van de accountant bij organisaties die om zijn gevallen of onverwacht met negatieve resultaten zijn gekomen. Als we niet meer af kunnen gaan op een goedkeurende verklaring, wat is dan nog te toegevoegde waarde van het accountantsberoep? Banken hebben aangegeven problemen te ondervinden met het doorzien van de door hen aangekochte financiële producten. De vraag is dan of accountants dit wel konden en als dat niet zo was hoe dan hun opstelling richting hun cliënten is geweest. Waarbij het overigens ook zo kan zijn gegaan dat accountants juist de druk op hun clienten hebben opgevoerd om tussentijds met de billen bloot te gaan.
SOx en Tabaksblat
Dezelfde vraag moet worden gesteld rondom de adequaatheid van SOx. Aan Amerikaanse beurzen genoteerde ondernemingen besteden miljoenen om deze vorm van risicomanagement (door de wetgever gedwongen) in stand te houden. Als blijkt dat dit niet leidt tot de verlangde transparantie en zekerheid, dan is ook hier iets grondig mis. Misschien nog niet eens in het principe achter deze wet, maar wellicht wel in de toepassing en uitvoering ervan. Er is een vermoeden van een te mechanische toepassing van SOx waarbij we alles dicht proberen te vinken maar ondertussen de echte issues missen. Hetzelfde geldt dan ook voor de activiteiten die Nederlandse bedrijven ondernemen in het kader van de ‘Code Tabaksblat’. Kortom, in hoeverre kunnen organisaties op dit moment claimen ‘In Control’ te zijn en kunnen we wel op deze verklaringen afgaan? Uit onderzoek blijkt dat er nog maar weinig Nederlandse beursfondsen zijn die daadwerkelijk een positieve en alles omvattende ‘wij zijn in Control’ verklaring durven afgeven. De juiste aanpak om hiertoe te kunnen komen is kennelijk dus nog niet gevonden, of in ieder geval overtuigen deze methoden bestuurders niet.
Media
De crisis die we nu meemaken is zonder twijfel de ergste sinds de jaren dertig. Aan de andere kant zijn het de media die de tegenwind door indrigende berichtgeving hebben aangewakkerd tot orkaankracht. Daardoor zijn veel mensen deels ten onrechte ongerust geworden en dit heeft geleid tot twijfel aan vrijwel alles wat financieel van aard is. In een crisis als deze zit zeker een stuk emotie, dat zoals wellicht later zal blijken, de crisis heeft uitvergroot. Het effect van te emotionele berichtgeving is een versnelling van het dalen van het vertrouwen, die direct leidt tot financiële schade. De media hebben hierin eveneens een verantwoordelijkheid te nemen.
Control hausse
Dat de huidige turbulente tijden zich in de toekomst nog eens zullen herhalen lijkt uitgesloten. Overheden zullen garanties eisen voor de miljarden die moeten worden uitgetrokken om het financiële systeem in stand te houden. Die garanties zullen zich onder meer vertalen in meer regelgeving en verscherpt toezicht op financiële instellingen. We staan daarmee aan de vooravond van een nieuwe control, compliance en risk management hausse, die als een wals over deze instellingen heen zal komen. Maar ook in andere organisaties zal de crisis het risicobewustzijn en roep om meer control vergroten.
Werk aan de winkel
Toch zullen er eerst een aantal vragen moeten worden gesteld, waarvan het antwoord hopelijk bijdraagt aan het verkrijgen van meer inzicht in de betrouwbaarheid van methoden om daadwerkelijk een uitspraak te kunnen doen over de financiële soliditeit van organisaties. Gewapend met die kennis is er vervolgens voor Sox-, Tabaksblat- en business risk-specialisten veel werk aan de winkel. Maar misschien ook wel voor ethici.
Geschreven op persoonlijke titel door Rob Uiterlinden RC
Controllers vacatures
Top 5 meest gelezen
Thema: Arbeidsmarkt
Ondanks toenemende concurrentie op de arbeidsmarkt voor hoog opgeleide financials zijn de omstandigheden nog steeds gunstig. Wat zijn de trends en ontwikkelingen op de financiële arbeidsmarkt? U leest er meer over in dit thema





